Dat zijn Bouwmeesters.

Door bouwkunde verstaat men de kunst, om goede ontwerpen te kunnen maken, naar welke de timmerlieden kunnen werken. De bouwkunde schijnt haren oorsprong aan de oude  Egyptenaren te danken te hebben, ten minste moet men hunne grootsche gewrochten van bouwkunde uit de grijze oudheid bewonderen. Naderhand heeft dezelfde eenen hoogen bloei in het voormalig Griekenland bekomen, zoodat nog heden ten dage, de oude Grieksche bouworden tot modellen voor ons verstrekken. Zij, welke de kunst verstaan, om schoone en doelmatige ontwerpen voor gebouwen te verzinnen, berekenen, beschrijven, en aftebeelden, zoodat de werklieden naar dezelve arbeiden kunnen, noemt men Bouwmeesters of Architecten.
Het valt dus gemakkelijk te begrijpen, dat een Bouwmeester te eerste zelf moet kunnen bouwen; ten tweede, kennis van de bouwstoffen moet hebben; ten derde, de waarde daarvan moet kennen; ten vierde, dat hij eene goede verbeeldingskracht en een vlug oordeel moet bezitten; ten vijfde, dat hij geen vreemdeling van de wiskunde, vooral van de reken en meetkunde mag zijn; ten zesde, dat hij het zoogenaamde bouwkundig teekenen moet verstaan.
Een goed bouwmeester is eene behoefte voor de maatschappij en bedient onze hoogachting en genegenheid.

Aldus de beschrijving in het boekje:  ‘korte en eenvoudige beschrijving van de de voornaamste standen, beroepen, bedrijven en bezigheden in de menschelijke maatschappij’.  Oorspronkelijk uitgegeven in 1843 en waarvan ik laatst een heruitgifte van Grolsch uit 1973 gevonden heb. Leuk omwille van de gezwollen taal, maar eigenlijk is er niet eens zoveel veranderd. Verbeeldingskracht, scherpzinnigheid, technische kennis en kennis van architectuur zelf zijn nou niet echt dingen die aan belang afgedaan hebben. Dat zal dan ook de reden zijn waarom de schrijver heb boekje alsvolgt afsluit.

Hiermede jonge lieden! Acht ik dan mijne voorgestelde taak afgewerkt. Gij zult begrepen hebben dat ik u wel van alles; doch van het geheel slecht een weinigje heb medegedeeld. Mogt dit weinigje echter uwen weetlust gaande gemaakt hebben, om in verderen leeftijd grootere werken over dit onderwerp te beoefenen en de werkplaatsen van menschelijken arbeid binnen te treden. (…) Mogt ik deze neiging door mijnen arbeid bij u opgewekt of aangekweekt hebben, dan zoude ik mij innig verblijden en dubbel beloond achten.

Andreas

Share
Posted: August 5th, 2011
Categories: Architectuur, Opinie
Tags:
Comments: No Comments.