Verschrikkelijk: Wilfried van Winden en Fusion

Over sommige dingen kun je gewoon kort zijn. Zo ook in het geval van het boekje Fusion, of nog beter gezegd, in het soort-van-manifest dat de verschijningsvorm van een boekje heeft. Dat is gewoon rommel. Het is zelfs zó slecht dat je aan het verstand van de schrijver Wilfried van Winden gaat twijfelen. Voluit heet het “Fusion: Pleidooi voor een sierlijke architectuur in een open samenleving”, gevolgd door het citaat “Het ene bestaat niet” van ene Alain Badiou. Dit op zich klinkt als een boek dat in het huidige debat niet misplaatst is. Maar helaas is het zo’n onsamenhangend betoog zonder diepgang, dat je blij bent met het bijzonder kleine formaat, je hebt het dus zo uit. Hiernaast heeft het zo’n lage informatiedichtheid dat van Winden letterlijk op één A4′tje zijn punt kunnen maken. Gelukkig houd ik van slechtheid, daarom hier een boekbespreking van Fusion.

Van Winden wil fusion naar eigen zeggen niet neerzetten als een nieuwe stijl of methode, maar als ‘een houding of strategie van de open geest, die geen taboes aanvaardt, zonder stilistische en mentale begrenzingen. Als een vorm waarin High en Low culture, romantiek en rationalisme en traditie en vernieuwing op een gemoedelijke manier een aangenaam geheel vormen.’ Nadat je je eerste braakneigingen weggeslikt hebt, bedenk je dat hier al een term voor bedacht is, namelijk postmodernisme. De term postmodernisme wordt in dit boekje echter consequent gebruikt voor late variaties op het modernisme in de jaren ’80 en ’90. Zijn fusion zou voortborduren op die trend.



Blz. 16; Identiteit en diversiteit

In het eerste hoofdstuk wordt ten eerste uitgelegd dat het modernisme een stijl is die door een ongelukkige samenloop van omstandigheden de dominante stroming in de westerse wereld is geworden. De tweede wereld oorlog wordt hiervoor weer eens van stal gehaald om het in diskrediet vallen van het traditionalisme te verklaren. Hierna konden alle andere werelddelen geen enkele weerstand meer bieden tegen de hegemonie van de heersende avant-garde uit de immer alles overheersende westerse wereld. En zo heeft het kunnen gebeuren dat zowel ons eigen identiteit als die van de rest van de wereld kapot is gemaakt en vervangen is door een wereldwijde architecturale grey goo. Oh wacht, toch niet, alleen wijzelf weten niet meer wie we zijn. Dat komt omdat wij ons westerse culturele en economische monopolie aan het kwijtraken zijn, daarom is onze identiteitscrisis veel erger dan die van de rest van de wereld. De rest van de wereld was er namelijk al aan gewend zijn om altijd door óns onderdrukt te worden. Jaja van Winden is een geëngageerd man van het godwintype dat woorden als smaakpolitie, stijldictatuur en architectuurkalifaat in de mond zou kunnen nemen, maar wonderlijk genoeg gebruikt hij die termen nou net niet. Hoe dan ook, het mag duidelijk zijn, het modernisme zich op sluwe wijze tot wereldheersende en wereldslopende stijl ontpopt en wij zijn de slechterikken die als gewillige technocraten de wereld om zeep hebben geholpen. Moraal van het verhaal v. Winden ondermijnt de legitimiteit van het modernisme.

Blz. 26; De dynamiek van identiteit

De eerdergenoemde westerse tirannie zal als een boemerang op onszelf terugslaan. Daarom wordt in dit hoofdstuk uitgelegd, dat ons verwrongen zelfbeeld van superioriteit alleen bijgesteld kan worden als we ons cultureel conservatisme van ons afschudden en openstaan voor het ontstaan van nieuwe mengculturen. En hoppa, alweer 4 pagina’s tekst en één hoofdstuk verder. Huh, was dat alles? Jazeker,wat ik namelijk nog niet verteld had was namelijk dat slechts de helft van de pagina´s met tekst bedrukt is, op de andere helft staan kleine plaatjes.


Blz. 34; Expressie

In dit hoofdstuk komen we eindelijk bij het hoofdonderwerp architectuur aan, dit heeft dan ook een ontzagwekkende 14 pagina’s tekst. We kunnen nu dus eindelijk lezen over het failliet van het modernisme en de algeheel heersende dedain tegen individualiteit en frivoliteit onder architecten. Het is ook hier dat duidelijk wordt dat van Winden zichzelf boven de traditionalisme vs. modernisme discussie ziet staan. Herinnert u zich nog dat fusion géén stijl of methode was maar een strategie van de open geest? Nee, fusion wordt aan het eind van een 100-jarige stilistische lijn geplaatst. Een lijn die start bij het vroege modernisme en de zoektocht naar het zuivere of minimale waarbij de identiteit ondergeschikt gemaakt werd. Een lijn die zich vervolgens een eeuw lang verzet tegen de wil van het volk en de menselijke natuur. Een dergelijk repressief systeem is natuurlijk niet vol te houden, daarom nadert de lijn nu weer het punt waarop het expressieve en menselijke weer centraal staat, waarbij bv. ‘een moskee er weer als een moskee uit mag zien’. U raad het al, een punt waar v. Winden u allen handenwrijvend staat op te wachten.

Hierbij moet vooral een juist expressieve stijl als het structuralisme het ontgelden. Om zijn betoog kracht bij te zetten plaatst hij een paar grauwe afbeeldingen van Muziekcentrum Vredenburg en buurtcentrum ‘t Karregat die haast demonisch afsteken tegen de frivole fusionvoorbeelden. Een tactiek die met succes eerder is toegepast in tv-reclames voor afslankproducten. Kom op v. Winden, je hebt op de TU-Delft gezeten, dat moet je beter kunnen. Ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen om een dergelijk simplistisch wereldbeeld te weerleggen. Wat niet inhoudelijk besproken wordt, kan niet op inhoud weerlegd worden. De eerste hoofdstukken waren bedoeld om het denkkader aan te geven, dit hoofdstuk lijkt bedoeld om aan te geven waar van Winden zijn fusion in de wereldgeschiedenis ziet staan.

Blz. 62; 100 JAAR TOBBEN (het ornament keert terug van nooit weggeweest)

Dit hoofdstuk is meer een beschrijvend stuk over ornamentering, het richt zich meer op informatie en het is daarom wellicht schematischer ingedeeld. Dat op zich is aangenaam na zoveel hoogdravende teksten. Maar het blijft erg beknopt en de stijlbreuk is erg opvallend. Van Winden lijkt hier opeens zelfs op de hoogte van de diversiteit aan stijlen van de afgelopen eeuw. En hier wordt eindelijk duidelijk wat hij wilde zeggen met het citaat “Het ene bestaat niet” van Alain Badiou. Dat blijkt te betekenen dat er niet één superieure stijl is. Echt waar? Wow, wat een inzicht. Ook geeft hij opeens toe dat versiering in de afgelopen eeuw niet eens afwezig geweest is. Aangeslagen door opeens zoveel redelijkheid, vergeef je hem bijna dat hij het hoofdstuk afsluit door 5 van de 8 pagina´s tekst gebruikt voor een miserabel en schools opsomminkje over typen ornamentering. Je bent allang blij dat hij even zijn non-analyses over respect en de multiculturele samenleving voor zich houdt. 

Het slot van het boek gebruikt hij grotendeels voor wat hij noemt “een nadere beschouwing van drie eerder genoemde fusionvoorbeelden”. ‘Beschouwing’ is nogal een groot woord, want het blijkt niet meer dan een korte omschrijving zoals je ze vind als onderschrift bij een afbeelding. Misschien klink ik nu sarcastisch, maar ik meen het serieus. Het heeft bovendien nul referenties naar de tekst in de rest van het boek, dus van een beschouwing, laat staan analyse, is hier geen sprake. Het was bovendien ook overbodig want de gebouwen kennen we dan al ven eerdere plaatjes. 

CONCLUSIE

Mocht je geïnteresseerd zijn in postmoderne architectuur of traditionalisme lees dan niet dit boek, daar zijn veel betere voorbeelden van. Mocht je denken dat fusion een nieuw inzicht is heb je het mis. Fusion is geen stijl of methode, het is ook geen strategie van de open geest, fusion is niks meer dan een hersenspinsel van v. Winden om te legitimeren dat hij suffe gebouwen opleukt met weinig verfijnde krullen. Het is dan ook raar dat Fusion als enige stijl/strategie/of wtf. in dit boekje consequent met een hoofdletter wordt geschreven. Dat mag natuurlijk wel wanneer refereert naar de naam van het boek, maar in het geval van je zelfverzonnen stijl getuigt het slechts van ordinaire zelfoverschatting. Als het boek gewoon een pleidooi voor een ontspannen en ondogmatische bouwstijl geweest was, systematischer van opzet, to-the-point geweest was en verknipte wereldbeelden achterwege gelaten had was het niet zó verkeerd geweest. Een professionele review voor publicatie had dit kunnen voorkomen. Zo gek is dat niet, veel schrijvers laten zich bijstaan door professionals. Als dit boekje als schoolscriptie geschreven was had er met dikke rode stift referenties! analyse! en verhaalopbouw herzien!  in gestaan. Neem dan liever een bekend schrijver als Hans Ibelings, die heeft over de revival van decoratieve elementen en een onmodernistische ontwerpwijze een paar zinvolle boeken geschreven. Of  Rob Krier die over traditionalistische architectuur en stedebouw heeft een paar mooie boeken gemaakt heeft.

De enige waarde van dit boekje zit hem er in dat het een soort verwrongen wereldbeeld beschrijft dat wellicht voor sommigen aanstekelijk is. Voor de onoplettende lezer die gefrustreerd is over de gebouwde omgeving kan het verhaal geloofwaardig zijn. Mocht je ooit een dergelijke wijsneus tegenkomen die denkt dat hij met de term fusion literaire rugdekking heeft, kun je die persoon mooi van repliek dienen. Waarschijnlijk zal dit nooit gebeuren, het boek is ondertussen een jaar oud en de term heeft geenszins ingang gevonden.


M.v.g.

Vincent

 

ISBN 978-90-850682-8-0          SUN, Amsterdam, 2010                Algemene prijs, nog steeds 18,95

Share
Posted: September 19th, 2011
Categories: Architectuur, Boekbesprekingen, Opinie
Tags: , ,
Comments: No Comments.