Dode Architecten op de kaart: Jan verhoeven

Had ik het bij het stukje over Piet Blom al over truttigheid gehad? Houdt je vast want hier komt de overtreffende trap daarvan in de vorm van Jan Verhoeven. Alweer een vertegenwoordiger van het structuralisme. Althans, zo wordt hij beschouwd. Want zelf zegt hij over het structuralisme: “Daar heb ik geen flikker mee te maken”. De satelietbeelden van zijn opmerkelijk gestructureerde gebouwen doen toch anders vermoeden, want het is een overdaad aan honingraatstructuren, hofjes, hoekjes en geknikte dakvlakken. Gelukkig maar want dat maakt dat zijn projecten zich goed tegen hun omgeving aftekenen en dat maakt van hem de ideale architect om op satellietbeelden te bekijken.

Het archief van Verhoeven is in 2004 ondergebracht bij het NAI. Het NAI heeft het ondertussen geïndexeerd en doorzoekbaar gemaakt. Daardoor was het voor mij goed te doen al zijn projecten op te zoeken. Slechts van enkele projecten heb ik de locatie niet kunnen vinden. Het NAI heeft ook een uitgebreide biografie van Verhoeven op de website staan. Ik heb daar weinig aan toe te voegen, dus ik zou iedereen willen aanraden op die plek verder te lezen over het werk en de ideeën van Verhoeven. Sterker nog, in de tijd dat ik dit stukje geschreven heb is ondertussen door het NAI een monografie uitgegeven over Verhoeven. Ik heb dat boek helaas niet in handen gehad tijdens het opzoeken van de gebouwen, maar ik ben zeker benieuwd naar het boek. ‘Wordt vervolgd’ zullen we maar zeggen.

Jan Verhoeven was schijnbaar ooit één van de bekendste architecten, zelfs bij het grotere publiek. Want de Libelle plaatste ooit een stuk over zijn project in Hoevelaken onder de noemer “gezellig wonen rond een pleintje” waarna het dorp maandenlang met bezoekers overspoeld werd en er zelfs letterlijk files naar het verder onbeduidende dorp stonden. En er heeft een “Vereniging Vrienden van de architectuur van Jan Verhoeven” bestaan. Dan moet je het wel heel bond gemaakt hebben. En toch had ik tot voor kort nooit van hem gehoord, ondanks dat ik al ruime tijd over zowel nieuwe als oude architectuur lees. Hoe kwam het dan dat ik zijn tijdgenoten wel kende en dat er buiten het NAI bijzonder weinig informatie over hem te vinden is? Tijdgenoten als Aldo van Eyck en Herzberger zich wel staande hebben weten te houden als de grote namen van die tijd. Sterker nog zij worden nog steeds als de grote vernieuwers van die tijd gezien. En zelfs die gek van een Piet Blom kan in retroperspectief nog op goedkeuring rekenen.

Ik stel me zomaar voor dat dat is omdat Verhoeven niet de intellectualistische inslag had die de rest van de structuralistische stroming wel had, zijn ideeën zich daarom minder leenden om als schoolvoorbeeld te gebruiken en dat Verhoevens naam zo bij nieuwe generaties verstoken bleef. In dat geval houdt het toch steek dat hij geen flikker te maken had met het structuralisme en wilde hij gewoon oprecht gezellige jaren ’70 woningen maken.

Bij Verhoeven echter was er overigens op moment van bouwen al kritiek op zijn manier van bouwen in termen als kneuterigheid en vormwil. Want hoewel het structuralisme toen helemaal bon ton was, positioneerde Verhoeven zich aan het pittoreske uiteinde van die beweging. Dat is dan vast waarom het boek van het NAI ‘exponent van het structuralisme’ als ondertitel heeft. Na het voorbij zijn van de structuralistische stijlperiode werd de het structuralisme zelf al met argwanen behandeld, dus wat moet je dan met een exponent als Verhoeven? Hij werd samen met zijn rommelige volksbuurtjes helemáál in de categorie ‘te vergeten’ of ‘fout’ ingedeeld. Dat gelde voor Piet Blom ook wel, maar zijn gebouwen staan op zulke in-your-face lokaties dat het grote publiek daar simpelweg niet omheen kan, dus die forceerd zich met zijn kubussen nog steeds ongevraagd in de architectuurboekjes. M.a.w. Verhoeven uit het oog, uit het hart en uit de literatuur. Althans, zo vermoed ik dat het gegaan is…

Jan Verhoeven weergeven op een grotere kaart met streetview

Als je de gebouwen op de satellietbeeld bekijkt is ‘uit het oog’ niet direct datgene waar je aan denkt, toch valt dat bij veel projecten best mee. Wat je op straatniveau (Streetview Hoevelaken!) van de complexe structuren ziet, zijn wat vooruit- en terugliggende geveldelen. Het verspringende straatprofiel zorgt er hier wel voor dat zijn project groener is dan de omliggende straten, maar dat is niet iets waarvan je in de in het dagelijks leven denkt dat je met iets bijzonder te maken hebt. Daarbij koos Verhoeven juist expres voor het traditionele baksteen, hout en dakpannen, dus ook dat valt niet op. Het project in Hoevelaken doet in Streetview denken aan een vakantiepark. Leuk, maar ook niet iets waarvan je verwacht dat daar ooit toeristen voor in de file gestaan hebben. Wat dan weer wel opvalt is zijn woonwijk Zwaluw (Streetview Nieuwegein!). In die wijk is het pitoreske zó ver doorgevoerd dat je eigenlijk wel begint te begrijpen waar de kritiek op zijn manier van bouwen vandaan kwam. Waar zijn in godsnaam al zie poortjes, dakopbouwen en geknikte dakvlakken voor nodig? Dit had van de hand van Anton Pieck kunnen zijn. En gelijk is ook duidelijk waarom Stichting Nieuwe Woonvormen, waar Verhoeven deel van uitmaakte, spottend Stichting Nieuwe Dakvormen genoemd werd.

Toch lijkt het me dat Verhoeven wonderwel in zijn opzet is geslaagd (i.i.g. in Hoevelaken). Het is nog steeds een leefbare, groene wijk met een ontspannen uitstraling. Slagen in zo’n opzet is lang niet altijd vanzelfsprekend, zoals tijdgenoot Piet Blom met zijn kubuswoningen op een pijnlijke manier heeft laten zien. Waar Blom allerlei theorieën had publieke en private ruimte, lijkt in Hoevelaken de grens tussen private grond en publieke ruimte lijkt echt te vervagen. Door al het groen is nauwelijks te zien of het om een binnenpleintje, een tuin of om de straat gaat. Het vloeit op een natuurlijke manier in elkaar over zonder geforceerd over te komen. Iets wat van veel experimentele wijken niet gezegd kan worden. Neem ook zeker een kijkje bij de individuele gebouwen. Hij heeft een behoorlijk aantal losse woningen en scholen gebouwd die de moeite waard zijn. Bovendien komen ze voort uit dezelfde ontwerpfilosofie die hij  ’personalistisch socialisme’ noemde. In al zijn ontwerpen is er aandacht voor dubbelfenomenen als open/gesloten, licht/donker, privaat/publiek en collectief/individueel. Over dat laatste zijn hij ”Hoe meer aandacht voor het individu des te beter zal hij functioneren binnen een gemeenschap”.

Ik denk dat de tijd rijp is voor een herwaardering van Verhoevens werk. Juist omdat de tijdsgeest van de jaren ’70 nu zo ver van ons verwijderd is dat ons beeld niet meer ingekleurd wordt door een afkeer zoals je die ook ziet bij een over het hoogtepunt zijnde modegril. En juist omdat Verhoeven in die tijd zo een unieke plaats innam. Wanneer het besef doordringt dat al die duffe jaren ´70 woonwijken eigenlijk nergens anders ter wereld zo voorkomen en dat Verhoeven op zijn beurt binnen die beweging een aparte plek inneemt, dan is het eigenlijk best bijzonder. Ook al werd hij ooit verguist om hun truttigheid. Sterker nog, Verhoeven met zijn volkse houding vertegenwoordigd als geen ander de tijdsgeest van de jaren ´70. Dus ondanks dat StudioAndreas een hekel heeft aan alles wat aan hippies gerelateerd is, heeft Verhoeven bij ons een speciale plek verdiend.

KMZ-bestand

Hier is het bijhorende KMZ-bestand te downloaden. Let wel, waarschijnlijk zal er nog het één en ander in gewijzigd worden. Er zijn namelijk nog projecten die wel in de Bonas-lijst voorkomen maar waarvan niet duidelijk is of ze uitgevoerd zijn.  Ik hoop dat de recent uitgegeven Biografie hier meer duidelijkheid over kan geven.

Bronnen

Ten eerste de lange lijst van referenties uit de Bonas-database. Maar ook een lijstje van de website Architectuur.org is van dienst geweest. En als laatste nogmaals de verwijzing naar de biografie op de NAI website

Share
Posted: February 22nd, 2012
Categories: Architectuur, bespreking, Kaarten: GoogleMaps, -Earth, Bing, Projecten
Tags: , ,
Comments: No Comments.