Niet dode architecten op de kaart: Paul de Ley

Toen ik het werk van Aldo van Eyck verzamelde werd ik door het grote project in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt als vanzelf geconfronteerd met het werk van een aantal architecten van de stadsvernieuwingsbeweging. Het gaat hier om de namen Theo Bosch, Paul de Ley, Guus Knemeyer, Dik Tuijnman, Guido van Overbeek, Johan Nust e.a.. Dit is een groep die losjes rond de Academie van Bouwkunst in Amsterdam hing en die als gemene deler hadden dat ze zich hard maakte tegen de sanering en ‘cityvorming’ en voor sociale woningbouw. De twee architecten die een naam voor zichzelf hebben kunnen opbouwen zijn Theo Bosch en Paul van de Ley. Theo Bosch en van Eyck hebben van 1971 tot 1982 samen een architectenbureau gerund en Paul de Ley was ontwerpassistent bij dit bureau voordat hij in 1973 voor zichzelf begon. Het geluk wil dat Bonas van beide een monografie  heeft uitgebracht.

Helaas is de architect Paul de Ley (1943) nog niet dood, het had immer toch niet uitgemaakt. Hij heeft zijn beste tijd gehad en het archief van zijn architectenwerk is aan het NAI overgedragen. Hij heeft zelfs een biografisch boek, dat is voor de meeste mensen pas het geval als ze zelf ook in het archief liggen, maar Paul de Ley dacht daar anders over en nu zit ik met een afwijkende titel voor mijn website. Desondanks vraag ik jullie om verder te lezen na de klik.

Paul de Ley, alle werken weergeven op een grotere kaart en voor Streetview

Paul de ley is niet de belangrijkste architect uit de vaderlandse geschiedenis ook heeft hij nooit een groot bureau gehad. De aan hem besteedde aandacht heeft hij verdiend met zijn rol in de nieuwe manier van denken over stadsvernieuwing zoals die in de jaren ’70 ontwikkelde. In het artikel over Theo Bosch heb ik het al over de stadsvernieuwing in het Nieuwmarktgebied gehad. In het kort gezegd kwam het er op neer dat de gemeente grote delen van de stedelijke structuur met woningen wilde slopen en er een metro, snelweg en kantoren voor terug wilde bouwen (cityvorming). De massale rellen die dat tot gevolg had heeft de gemeente doen terugkomen op het plan, waarna het bureau van v. Eyck en Bosch via een ontwerpprijsvraag het gebied opnieuw mocht invullen. Paul de Ley was op dat moment werknemer bij dat bureau en heeft aan dat plan mee getekend. Een ander gebied waar de gemeente ook cityvormingplannen voor had was het Bickerseiland. Dit is een oud havengebied, waar zich in de loop van de geschiedenis een typische Amsterdamse mengeling van volksbuurt en bedrijvigheid had gevormd. Amsterdam zag hier liever kantoorkolossen verschijnen, omdat deze locatie mooi aansloot op de snelweg op de Haarlemmer Houttuinen (waar ze de volksbuurt Haarlemmer Houttuinen voor gesloopt hadden). Het grootste deel van Bickerseiland was in 1960 al gesloopt en in 1964 kwam het eerste kantoor ‘De Walvisch’ gereed. Toen in 1969 het werk voor het naastgelegen ‘De Narwal’ opstartte kwamen de bewoners in verzet (Actiecommité Westelijke Eilanden) Hier komt de Ley´s rol om de hoek kijken. Omdat hij aan de Amsterdamse Academie van Bouwkunst studeerde en bij v. Eyck en Bosch werkte zat hij al in het centrum van de stadsvernieuwingsontwikkelingen. Samen met de bewoners mengde hij zich in het geweld (letterlijk fotobewijs!) van het bewonersverzet. Vanaf 1970 ontwikkelde hij met de bewoners en zijn latere afstudeermaat Jouke v.d. Bout een nieuw een nieuw bestemmingsplan (ter vervanging van het bestaande uit 1953). Hun afstudeerproject (1972-1973) vormde de directe aanleiding voor zijn eerste uitgevoerde project en sindsdien heeft Paul de Ley zijn eigen bureau geleid. Dit project heeft iets westelijker nog een vervolg gekregen en het stedebouwkundige plan heeft hem in 1980 nog een grotere woningopdracht op hetzelfde eiland opgeleverd.

Grotere kaart weergeven

Ik moet helaas zeggen dat hiermee helaas de spannendste deel van zijn oeuvre voorbij is. Niet dat hij slechte gebouwen maakte, het werd alleen wat minder spannend. Hij heeft er altijd een klein maar bureau op na gehouden maar met degelijke opdrachten. Zijn oeuvre kent bijna geen ongeïnspireerde opdrachten om het bureau draaiende te houden. En ook de rest van zijn oeuvre blijft zich kenmerken door ‘mensvriendelijke’ ontwerpen in de sfeer van de woningbouw. Zijn stijl en de ontwikkeling daarvan vertoond opmerkelijke gelijkenissen met die van Theo Bosch en Luciën Lafour. Deze hebben een aantal gebouwen dat moeilijk van elkaar te onderscheiden is. Vooral in de periode dat ze rondere vormen gaan gebruiken. Bij alle drie zijn dan een opmerkelijke hoeveelheid ronde balkons en erkers te zien, de gebouwen zelf hebben soms afgeronde hoeken, gevels zijn veelal gepleisterd (soms in pasteltinten) en bij een aantal gebouwen loopt het hele bouwblok in een curve. Ook v. Eyck laat deze elementen in zijn latere werk zien. Deze vormgeving zet zich duidelijk af tegen het vroegere werk, maar weet het mensvriendelijk bouwen te updaten naar een nieuwe frisse versie. Weg is de rommelige gevelindeling, weg zijn hoekige vooruitstekende en terugliggende delen, evenals de zichtbare b2 blokken. In plaats daarvan lijken de gebouwen terug te grijpen op de helderheid van het vroege modernisme. Dat is niet alleen mijn idee, dat is ook het idee dat de jury van de Merckelbachprijs (1988) over de Ley´s project aan de Zwanenburgwal had. Zij merkten in negatieve zin kritiek op het pleisterwerk, dat het de constructie en detaillering aan het oog onttrok en kwam op de jury over als en keuze die gemotiveerd was door “heimwee naar naar de vloeiende vormen van wat als modern geldt”. Wow, desondanks prezen zij de afwerking, lichtheid, transparantie en de manier waarop de vier gebouwen zich in hun omgeving invoegden, het wat immers niet voor niets voor een prijs genomineerd.

In de laatste periode, bij zijn projecten in De Aker, Koningshoef, Atrium en Rozenhof  gebruikt d. Ley meer andere materialen zoals donkere baksteen en plaatmateriaal als hout en geprofileerde staalplaat. Daarmee lijkt het veelal op de bouwwijze die nu standaard genoemd kan worden. De meest recente projecten zijn daarom niet het spannendste om te bekijken. Ik denk dat de geschiedenis moet uit wijzen welke periode uit zijn oeuvre het meeste bestaansrecht heeft. Want het zou flauw zijn de kwaliteit van zijn laatste projecten te baseren op hun uiterlijk, terwijl ook de oudere projecten qua uiterlijk ook nooit met kop en schouders boven het gemiddelde uitstaken. Zó uniek zijn de eerder genoemde ronde balkons namelijk ook weer niet.

KMZ-bestand

Hier is het kmz-bestand te downloaden, waarmee je de kaart ook in Google Earth kunt openen.

Share
Posted: July 5th, 2012
Categories: Architectuur, bespreking, Kaarten: GoogleMaps, -Earth, Bing, Overig
Tags:
Comments: No Comments.