Dode Architecten op de kaart: Theo Bosch

Toen ik het werk van Aldo van Eyck verzamelde werd ik door het grote project in de Amsterdamse Nieuwmarktbuurt als vanzelf geconfronteerd met het werk van een aantal architecten van de stadsvernieuwingsbeweging. Het gaat hier om de namen Theo Bosch (eigenlijk het veel leukere Theodorus Johannes Bosch), Paul de Ley, Guus Knemeyer, Lucien Lafour, Dik Tuijnman, Guido van Overbeek, Johan Nust e.a.. Dit is een groep die losjes rond de Academie van Bouwkunst in Amsterdam hing en die als gemene deler hadden dat ze zich hard maakte tegen sanering en ‘cityvorming’ en voor sociale woningbouw. Twee architecten die een naam voor zichzelf hebben kunnen opbouwen zijn Theo Bosch en Paul de Ley. Theo Bosch en van Eyck hebben van 1970 tot 1982 samen een architectenbureau gerund en Paul de Ley was ontwerpassistent bij dit bureau voordat hij in 1973 voor zichzelf begon. Het geluk wil dat Bonas van beide een monografie heeft uitgebracht.

Carrière

Bosch kwam in 1965 bij het bureau van v. Eyck toen deze extra mankracht nodig had voor de uitwerking van de Van Arskerk. Hoewel de samenwerking wat aarzelingen kende, bleek Bosch toch onmisbaar toen de gemeente Amsterdam het Nieuwmarktproject aan het bureau van v. Eyck toekende. Vanaf dat moment gingen ze verder als vennoten onder de naam Aldo van Eyck & Theo Bosch Architecten. De afspraak was dat Bosch de woningbouw voor zijn rekening nam, van Eyck de utiliteitsbouw en de stedenbouwkundige uitgangspunten in samenspraak werden geformuleerd. Het is daarom dat niet alle projecten van het bureau uit deze periode op de kaarten (op deze website) van beide architecten staan. Bosch en van Eyck waren tegenpolen. Van Eyck was artistiek ingesteld en wilde constant architectonisch het onderste uit de kan halen, ook als dat betekende dat dat op het laatste moment nog wijzigingen doorgevoerd moesten worden. Bosch was een stuk degelijker in de bedrijfsvoering en verzette meer werk. Hij heeft zelfs lange tijd het bureau geleidt tijdens v. Eycks afwezigheid (reizen, ouderdomskwalen). Dit gaf de te voorspellen conflicten, maar er kroop ook een scheefgroei binnen doordat er meer woningbouwopdrachten voor het bureau (Bosch dus) waren. Een wel heel sappig verhaal is dat v. Eyck ooit tijdens een vergadering over het  Hubertushuis zijn blouse open trok en met blote borst riep: “Steek maar …. vadermoordenaar!” Kijk, dát vinden we pas leuk bij StudioAndreas. Uiteindelijk liep in 1982 de samenwerking spaak op een auteurschapsconflict over de faculteit der letteren. Toch kan de samenwerking van meer dan 10 jaar een goede genoemd worden. Bosch heeft nadien altijd hoog opgegeven over v. Eycks kwaliteiten.

Bosch’ eigen bureau had de eerste paar jaar niet direct een vliegende start, want het werk van het Nieuwmarktgebied liep tegen zijn einde. Daarom werden ook enkele minder interessante opdrachten aangenomen en had hij enkele docentenbetrekkingen. Het eerste project waar Bosch echt hoge ogen mee gooide was de Sijzenbaan in Deventer. Dat was ook eindelijk weer een project zoals Bosch ze graag zag, binnenstedelijk, compact en met de menselijke maat. De kwaliteit van het gebouw laat zich nog steeds goed zien (op streetview kun je zelfs tot in de tuintjes kijken) Het complex maakt geheel geen gedateerde indruk, het oogt verzorgt en de binnentuinen functioneren nog steeds. Een volgend succes was een woningbouwcomplex in Voorburg dat hem de Rietveldprijs van 1993 opleverde. Ondertussen liep het bureau goed en met vele opdrachten, maar van dat succes heeft Bosch niet lang kunnen genieten want in 1994 (54) stierf hij aan een hartaanval. Het bureau werd voortgezet onder de naam Compaan, door onder andere Guus Knemeyer die al met Bosch samenwerkte sinds hij na Bosch als tweede tekenaar op het bureau van v. Eyck werd aangenomen. Lopende projecten werden voortgezet in de geest van Bosch tot  dat bureau werd opgeheven in 2001.

View Theo Bosch in a larger map

Architectuur

Als architect staat van Eyck hoger aangeschreven, hij maakte deel uit van de CIAM en Team 10 congressen en hij was een tijd redacteur van het tijdsschrift Forum in de hoogtijdagen van dat blad, dus veel meer kun je in Nederland niet bereiken. Theo Bosch behoorde niet zozeer tot de grote vernieuwers van de architectuur, wel was hij waarschijnlijk de meest vooraanstaande van de groep architecten die in de jaren ’70 streed voor ‘stadsherstel’ en de algehele herwaardering van de menselijke maat. Een groep waarvoor v. Eyck als inspirator diende. Bosch laat wel een ontwikkeling in vormgeving zien, maar dat is waarschijnlijk niet zijn grote verdienste als architect. In het begin laat zijn heeft zijn werk een vrij harde en grauwe uitstraling, later zijn er steeds rondere vormen en vriendelijke kleuren. Het gaat daarbij te ver om te concluderen dat hij in de loop der tijd van houding veranderd is. Zijn vroege vormgeving is immers een reactie op het sobere modernisme. Bosch zag meer in de kwaliteiten van oude binnensteden dan in de architectuur vn het CIAM. Zijn oplossing was contextualistisch ontwerpen, moderne gebouwen die de kwaliteiten van de oude stad overnamen zonder historiserend te zijn. Hier komt v. Eycks invloed weer om de hoek kijken, zo was hij het Nieuwstraatproject in Zwolle (’70-’73) duidelijk niet tevreden over de architectonische uitwerking omdat het volgens hem naar het traditionele hing. Het project ‘De Boogjes‘ in Dordrecht (’74-’80) was het eerste project waar van Eyck echt uitgesproken positief over was omdat Bosch “de historiserende trekjes uit zijn werk had verbannen en tot een gerijpte eigen stijl was gekomen, met een feilloos gevoel voor het architectonisch detail”. Al die hoekjes, gaatjes, uitsteeksels, balkons, erkers, dakvormen, onderdoorgangen en trapjes mogen nu dan wel gedateerd en rommelig aandoen, ooit was het schijnbaar een verademing om zoiets in plaats van een flat in je straat te krijgen. Zijn vormgeving heeft een eigen signatuur, maar ik kan ik niet beoordelen of hij met de ontwikkeling daarvan toen erg innovatief was. Als dat zo was dan had dat toch ook in de toon van de literatuur terug moeten komen en Bosch heeft niet zoiets als architectuurtheorie ontwikkeld.

De kwaliteit van het Nieuwmarktgebied is in de eerste plaats dat het er überhaupt staat. Ga eerst eens naar de Jodenbreestraat en zie dat daar de ruimte van een vierbaansweg ligt en dat de straatwanden uit grote bouwblokken bestaan, besef dan dat die straat ooit het straatprofiel van de oude binnenstad had en besef dan dat het ooit het plan geweest was dat die weg ooit als vierbaans snelweg tot aan het Centraal Station doorgetrokken moest worden aan weerszijden omzoomd met kantoorpanden. Cityvorming  heette dat, het zou de stad de toekomst inloodsen, maar het zette ook de bewoners op hun achterste benen. Als consensus ging de sloop voor de bouw van de metro uiteindelijk toch door, maar zonder bovengrondse snelweg. En er werd in 1969 een prijsvraag uitgeschreven voor bureau’s die voor de stadsherstel gestreden hadden. Met het winnen daarvan hebben v. Eyck en Bosch dus het uiterlijk van een enorm stuk Amsterdam bepaald. Bosch was van 1974 tot 1988 de coördinerend architect en had supervisie over het werk van een tiental bureaus* die in overleg met de buurt waren geselecteerd en Bosch zelf tekende voor 9 projecten. Dankzij het plan (met het motto ‘de stad als donor’) lopen de grachten gewoon door, steegjes en straten hebben hetzelfde profiel als een oude binnenstad, er is bedrijvigheid in de plint en er zijn veel woningen. Je hebt dus geenszins het idee dat je de binnenstad verlaten hebt, iets dat aan het eind van die straat definitief voorbij is. Als je je toch nog afvraagt hoe het er uit had gezien als de originele plannen door gegaan waren, dan verwijs ik je door naar de Weesperstraat/Wibautstraat. Dit is een snelweg die wel is doorgegaan en die steevast op de lijstjes met minst gewaardeerde plekken staat. Er zullen dus maar weinig mensen die er treurig om zijn dat er nog een stuk grachten gordel is geasfalteerd, tegelijk zij er ook maar weinig mensen die positief zijn over de gebouwen in de Sint Antoniebreestraat. Het mag dan wel de schaal en oude functies van de oude stad herbergen, maar wat er nooit gekomen is kun je zie je natuurlijk niet, wat je wel ziet is een ietwat gedateerde vormgeving. Het eene gebouw wat beter dan de ander, maar de algemene indruk is die van grijze baksteen, b2-blokken, prefab betonelementen en balkonhekken en dat zijn nou eenmaal niet de details van Amsterdam die je op een ansichtkaart zet. Ergens is het ook bijna opzettelijk anti-esthetisch van aard, als een aanklacht van de architecten tegen de strakke kantoren die er hadden kunnen staan en een loyaliteitsverklaring aan het gewone volk. Zelfs ‘het Pentagon’ dat toch een beetje het uithangbord van de wijk is opvallend onopvallend vormgegeven. Alle rijkdom aan detaillering, materialen en functies ten spijt, de eind indruk is toch vooral grijs.

Inspraak van bewoners was ook een belangrijk element van de plannen. Het waren immers de protesten van deze mensen die het hele project mogelijk gemaakt hadden. Het lag ook in de filosofie van Bosch dat er met en voor de mensen gebouwd dient te worden. Sterker nog, als we Paul de Ley moeten geloven: “je moest dan ook een loyaliteitsverklaring afleggen, waarin je beloofde altijd naar de bewoners te zullen luisteren…Die heb ik nooit ondertekend.” En zo geschiede, de Ley mocht dan ook niet binnen het centrale plangebied bouwen. Een dergelijk vergaande werkwijze heeft Bosch in zijn verdere carrière niet meer gehanteerd, maar illustreert een typische kwaliteit van hem. Zelfs in een van zijn laatste projecten vertolkte Bosch de rol van mediator. Bij de plannen voor een woonwijkje in de spoorzone van Zaandam waren de spanningen tussen gemeenten en bewoners zo hoog opgelopen dat Bosch als tussenpersoon fungeerde. Toen het project eenmaal gerealiseerd was begreep iedereen eigenlijk niet meer waar al die ophef om was.

KMZ-bestand

Hier is het KMZ-bestand te downloaden, waarmee je de kaart in GoogleEarth kunt openen en opslaan. Het bevat in principe dezelfde gegevens als de kaart die hier te zien is, plus een paar kaartjes in het Nieuwmarktgebied.

Literatuur

Theo Bosch (1940-1994). Knokken voor de stad, ISBN: 90-76643-25-3. Uitgegeven door Bonas. Samen met de website van het NAI, is dit waar ik al mijn informatie vandaan heb.

* De bureau’s/architecten betrokken bij de wederopbouw van het Nieuwmarktgebied waren: Wim Heuperman, Sytze Visser, Hans Hagenbeek, Guido v. Overbeek, Hans Borkent, CAV, Dik Tuynman, Johan Nust, René Kolkman en Hein de Haan . Hiernaast was Paul De Ley bij de eerste ontwerpfase betrokken en was er overleg met de architect van de metro Sier van Rhijn.

Share
Posted: July 2nd, 2012
Categories: Architectuur, Kaarten: GoogleMaps, -Earth, Bing, Projecten
Tags: , ,
Comments: No Comments.